De koffer. Het geld. En de bedoeling.

02 februari 2026

Een overledene had haar broer benoemd tot enig erfgenaam. Daarnaast heeft ze haar inboedel, sieraden en persoonlijke bezittingen gelegateerd aan een beperkt aantal personen. Eén van die legatarissen ontving een koffer. Pas later bleek in de koffer € 5.000 aan contant geld te zitten. De erfgenaam is van mening dat geld geen inboedel is en dus buiten het legaat valt.

Dat standpunt klinkt juridisch zuiver, maar houdt geen stand bij toepassing van artikel 4:46 BW. In dit artikel is geregeld dat in sommige gevallen aan de hand van uitleg moet worden bepaald wat de bedoeling was van de overledene.  De rechter zegt dat de uitleg van een testament niet alleen plaatsvindt aan de hand van een strikt taalkundige benadering, maar ook door vast te stellen wat de erflater met haar testament heeft bedoeld. En dan ook in het licht van het gehele testament en de omstandigheden van het geval. Van belang is hier namelijk ook het testament als geheel. De overledene had heel duidelijk geregeld wie na haar overlijden toegang tot de woning mocht hebben en wie niet. Opvallend is dat de erfgenaam in dat rijtje ontbreekt. Dat is geen toevallig foutje in de tekst van het testament, maar een aanwijzing voor de verdeling die zij voor ogen had: de inhoud van de woning was bestemd voor de legatarissen.

Daar komt bij dat de overledene bij haar leven aan de betreffende legataris heeft meegedeeld dat juist deze koffer (met inhoud) voor haar bedoeld was. De conclusie van de rechter is helder: het contante geld volgt het lot van de koffer en valt onder het legaat.

Het was in deze situatie dus toch niet duidelijk genoeg wat de bedoeling van de overledene was. Je kunt daarom soms beter een executeur benoemen in je testament en deze executeur vooraf duidelijke instructies geven. Dat kan een hoop gedoe achteraf voorkomen.